Erfpacht

informatie over erfpacht van advocaat in Amsterdam Mark van Weeren, auteur van het boek 50 Vragen over Erfpacht

Archief voor Erfpacht en redelijkheid & billijkheid

Hertaxatie bij herziening canon

Veel erfpachtcontracten en zeker bij erfpacht in Amsterdam hebben een geschillenclausule; een driepartijentaxatie door drie deskundigen. De erfpachter mag voor deze taxatie een deskundige aanwijzen en de grondeigenaar ook; deze twee deskundigen benoemen gezamenlijk de 3e deskundige die de erfpachttaxatie gaat uitvoeren.
Holding Netherlands

Driepartijentaxatie: bindend advies bij erfpachtgeschil

Het deskundigenadvies is een bindend advies dat moet voldoen aan de eisen van redelijkheid en billijkheid. Als het deskundigenrapport onvoldoende gemotiveerd is of gebrekkig tot stand is gekomen dan kan de rechter het bindend advies vernietigen op basis van artikel 7:904 BW. Dat is bij een aantal erfpachttaxaties beurt in de Honnebier zaak. Diverse taxatierapporten werden door de rechter vernietigd. Het gaat om 226 dossiers. Onlangs deed de commissie die de hertaxaties moest begeleiden verslag van de ‘schade’ die de gemeente Amsterdam opliep met de ongelukkige taxaties.

Hertaxaties erfpacht Amsterdam

De totale kosten van de afwikkeling van de hertaxaties bedragen EUR 5,4 miljoen, bestaande uit:

– 3,6 miljoen euro canonrestitutie;
– 1,3 miljoen euro rentevergoeding;
– 0,3 miljoen euro taxatiekosten;
– 0,2 miljoen euro juridische en notariële kosten.

Het geschil over onjuiste erfpachttaxaties

Het geschil tussen de erfpachter (Honnebier) en de Gemeente Amsterdam ging over de canonherziening einde tijdvak. Honnebier was het niet eens met de voorwaarden en stelde dat de canon te laat was aangezegd. Daarnaast stelde Honnebier dat het taxatierapport niet correct zou zijn. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde het taxatierapport van de deskundigen omdat dit onvoldoende gemotiveerd was en het beginsel van hoor- en wederhoor onvoldoende was toegepast door de deskundigen. Het Hof besloot zelf de canon vast te stellen, na advies van deskundigen. Hiermee kwam na 14 jaar een definitieve uitspraak in deze rechtszaak.

Advertenties

Slecht vooruitzicht erfpachters Amsterdam

 

Papeneiland

Erfpachtdeskundige P. Nelisse heeft in een artikel in het Tijdschrift voor Bouwrecht (TB#2016/22) de noodklok geluid over het advies van de grondwaardecommissie in Amsterdam met de titel:

Grondwaardecommissie brengt erfpachters aan de grond

In dit artikel wordt het advies van de grondwaardecommissie van een second opinion  voorzien. Amsterdam gaat het erfpachtstelsel vernieuwen, dit houdt concreet in dat de gemeente het stelsel van voortdurende erfpacht wil aanvullen met de optie van eeuwigdurende erfpacht (de canon kan dan voor altijd afgekocht worden). Om de overgang handen en voeten te kunnen geven heeft de gemeente advies ingewonnen bij de grondwaardecommissie van drie hoogleraren. Het advies van de grondwaardecommissie gaat in op de waardebepaling van de grond bij een eeuwigdurend erfpachtstelsel. Nelisse stelt onder meer in het artikel, dat als het advies van de grondwaardecommissie onverkort zou worden opgelegd aan alle erfpachters, zij straks massaal aan de grond zitten. De gemeente Amsterdam is nog doende haar ei te leggen over de stelselwijziging van de Amsterdamse erfpacht.

Canonpercentage erfpacht redelijk?

Welk canonpercentage bij erfpacht is redelijk?

Bij erfpacht is in de erfpachtakte vaak niet bepaald hoe dit percentage tot stand komt en hoe het percentage er in de toekomst uit ziet als er een canonherziening plaatsvindt. Door het canonpercentage op de grondwaarde toe te passen krijg je de jaarlijkse canon die voor erfpacht verschuldigd is. Als het canonpercentage niet is gedefinieerd in de erfpachtakte of erfpachtvoorwaarden maakt dat erfpacht speculatief: de grondwaarde in de toekomst is onzeker en ook het canonpercentage dat wordt gehanteerd om de canon vast te stellen bij herziening. In een recente uitspraak van het Hof Den Bosch van 26 mei 2015 werd de vraag gesteld aan een deskundige: wat is naar uw oordeel een redelijke en gebruikelijke wijze van indexering van de erfpachtcanon in gevallen als het onderhavige?

Canonpercentage erfpacht

Canonpercentage erfpacht

Risico-opslag in canonpercentage

De deskundige merkt terecht op dat het indexeren van een percentage bij erfpacht ongebruikelijk is; als er wordt geïndexeerd wordt de verschuldigde canon zelf geïndexeerd. Daarvoor zijn verschillende clausules mogelijk. Voorts merkt de deskundige op dat het bij het bepalen van een canonpercentage vrij gebruikelijk is een opslag op de reële rente te bepalen in verband met risico van circa 0,5%, terwijl daarnaast vroeger een opslag wegens administratiekosten werd toegepast, maar dat deze in de tijd van geautomatiseerde administratie vrijwel verdwenen is.  

Onredelijk canonpercentage

Voor het samenstellen of vaststellen van een canonpercentage bestaat geen regelgeving. Een grondeigenaar kan het dus zo bont maken als hij wil. Totdat iemand aan de bel trekt. Een canonpercentage is meestal gerelateerd aan de marktrente (of tienjarige staatsleningen) met daar bovenop een of meer opslagen. Het is een samengesteld getal. De opslagen die daar onderdeel van uit maken kunnen omstreden zijn. In mijn boek 50 vragen over erfpacht is dat nader beschreven. Zo is soms een risico opslag van 1% van toepassing terwijl de grondeigenaar helemaal geen risico loopt. Dat is dus 1% van de grondwaarde zolang de erfpacht loopt. Dus als de grondwaarde € 400.000 is dan al € 4.000 van de canon die hij betaalt een vergoeding voor  “risico” dat de grondeigenaar niet loopt.

Erfpacht en verjaring

Kan erfpachter door verjaring eigenaar grond worden of heeft hij door verjaring recht van erfpacht verkregen?

Erfpacht vervallen na jarenlang niet betalen canon?

Die vraag is beantwoordt in de uitspraak van 11 maart 2015 (rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2015:1658). Op of omstreeks 1959 heeft [D] het recht van erfpacht met betrekking grond met een oppervlakte van 1,35 hectare op Terschelling (hierna: perceel B) gekocht van de Exploitatie Maatschappij (de rechtsvoorganger van Staatsbosbeheer). De juridische levering van het recht van erfpacht (bij notariële akte die wordt ingeschreven in het Kadaster) met betrekking tot perceel B aan [D] heeft nooit plaatsgevonden. Wel is de koopprijs voor het recht van erfpacht betaald, maar er wordt geen canon betaald. Omstreeks 1980 heeft [D] na verkregen instemming van Staatsbosbeheer op perceel B een chalet gebouwd, dat medio jaren ‘90 door brand is verwoest. Vervolgens is er tussen eiser (erfgenaam van D) en Staatsbosbeheer gecorrespondeerd over de tenaamstelling van het perceel B. Eiser was de gebruiker maar in het Kadaster is nooit het recht van erfpacht op zijn naam ingeschreven.

Boek 50 Vragen over Erfpacht - auteur Mark van Weeren

Boek 50 Vragen over Erfpacht (Kluwer, 2014)

Erfpachtperceel gebruikt zonder inschrijving notariële akte  

In 1992 schrijft de grondeigenaar dat volgens hun administratieve gegevens (teruglopend tot de vijftiger jaren) D rechten doen gelden op ± 1,3 ha hiervan. Echter de notariële afhandeling hiervan is nooit ter hand genomen, maar via de notaris kan vastlegging alsnog geschieden, hetgeen echter niet gebeurd. In 2009 schrijft D dat er een storende aantekening bij het Kadaster staat waarin  onterecht vermeld is dat hij slechts een gedeelte van perceel Terschelling in erfpacht heeft, terwijl dit perceel in zijn geheel op zijn naam moet staan. Op 30 maart 2011 heeft Staatsbosbeheer eiser ten aanzien van perceel B onder meer het volgende geschreven: “(…) In reactie op uw brief bericht ik u over de ontwikkelingen rondom uw recht van erfpacht waarvan de oppervlakte ter discussie wordt gesteld wegens hiaten uit het verleden.  Wij willen graag deze juridische en kadastrale onduidelijke situatie voor u en ons voor de toekomst oplossen.”

Erfgenaam door verjaring erfpachter  

De gebruiker stelt dat een mogelijke rechtsvordering uit de onderhandse overeenkomst is verjaard en wil ik daarom geen gevolg geven aan het  verzoek van Staatsbosbeheer om het gehele kadastrale perceel kadastraal vast te laten leggen als in erfpacht bij u. De rechter bevestigd dit nu sinds 1958 sprake is geweest van bezit van het recht van erfpacht ten aanzien van perceel B is de rechtsvordering van de rechtsvoorgangster van Staatsbosbeheer tot beëindiging van het bezit dan ook na ommekomst van 20 jaar en grond van de Overgangswet op 1 januari 1993 verjaard. Eiser kan zich derhalve met succes beroepen op bevrijdende verjaring. Eiser heeft zodoende als rechtsopvolger van zijn vader het recht van erfpacht betreffende perceel B verkregen, aldus de rechter, echter niet de eigendom door verjaring verkregen.

Eigenaar grond veroordeelt tot medewerking vestiging erfpacht  

Ten aanzien van de toepasselijke erfpachtvoorwaarden overweegt de rechtbank dat Staatsbosbeheer onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat de erfpachtvoorwaarden zoals omschreven in de notariële akte van 11 juli 1956 ook ten aanzien van het recht van erfpacht betreffende perceel B van toepassing zijn. De enkele door Staatsbosbeheer aangevoerde omstandigheid dat het haar voorkeur heeft dat het natuurgebied onbebouwd blijft en dat bedoelde voorwaarden het mogelijk maken dat perceel B toch wordt bebouwd, is onvoldoende om te concluderen dat deze niet van toepassing zijn. De rechtbank veroordeelt Staatsbosbeheer binnen veertien dagen na betekening van het  vonnis medewerking te verlenen aan inschrijving in het Kadaster  van de erfpacht van het perceel B op Terschelling. De tegenvorderingen van Staatsbosbeheer zijn afgewezen.

Trucs bij erfpacht

In een artikel van Peter Jager in het FD van 5 september 2015 noemt hij als trucs van grondeigenaren de meervoudige inflatiecorrectie en (misbruik van) het toestemmingsvereiste bij verkoop van het erfpachtrecht. Erfverpachters beïnvloeden inderdaad de hoogte van de vergoeding voor de erfpacht (canon) met trucs die leiden tot een onredelijk hoge canon. Een canon die wel twee tot drie keer zo hoog kan zijn als een marktconforme canon. Slachtoffers daarvan zijn consequent de erfpachters van de Staat (onder toezicht van het Rijksvastgoedbedrijf), maar de problematiek speelt ook bij erfpachters van Natuurmonumenten en een aantal Waterschappen. Serieus overleg om tot redelijke erfpachtvoorwaarden en objectieve taxaties te komen strandt stelselmatig. De situatie op de Waddeneilanden met erfpacht van Staatsbosbeheer is daar een voorbeeld van. Artikel boek erfpacht

Ik noem nog wat trucs die door erfverpachters gebruikt worden bij canonherziening:
– bij taxatie van de erfpachtgrond de waardestijging van het totale perceel grotendeels toerekenen aan de grond;
– een onjuiste grondslag of onredelijke taxatie-instructie gebruiken bij berekening van de canon;
– bij taxatie niet toepassen van depreciatie (aftrek wegens de beperkingen van erfpacht; in Amsterdam 25 %);
– de investering van de erfpachters zelf niet in mindering brengen op de grondwaarde;
– in het canonpercentage opslagen verwerken die niet reëel zijn (bijvoorbeeld een risico-opslag terwijl de eigenaar geen risico loopt);
– bij taxatie uitgaan van de actuele grondwaarde maar niet van een actueel canonpercentage gebaseerd op de marktrente.

Op pagina 78 van mijn boek 50 vragen over erfpacht heb ik een lijst opgenomen van trucs die erfverpachters regelmatig toepassen en waar de erfpachter alert op moet zijn.

Dubbele inflatiecorrectie bij erfpacht

Een erfpachter zal dubbel betalen voor geldontwaarding (inflatie) als jaarlijks al voor inflatie de canon wordt geïndexeerd en vervolgens na 10 jaar een herziening plaatsvindt op basis van de actuele marktwaarde waarbij nogmaals voor inflatie wordt gecorrigeerd, terwijl dat al tien jaar lang ieder jaar is gebeurd. De zogenaamde dubbele inflatiecorrectie. In sommige gevallen kan zelfs sprake zijn van meervoudige inflatiecorrectie.

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch constateert in de uitspraak LJN: CA0218 van 14 mei 2013 dat de waardeontwikkeling dubbel in rekening wordt gebracht indien op gezette tijden de grond wordt getaxeerd en nieuwe grondwaarde wordt doorberekend in de canon, terwijl de erfpachter ook al jaarlijkse indexering betaald:

“Door zowel iedere 15 jaar de waarde van de in erfpacht uitgegeven gronden te taxeren en aan de berekeningen van de canon ten grondslag te leggen als met de waardeontwikkeling rekening te houden door het percentage dat van die waarde als canon moet worden betaald te indexeren wordt – in ieder geval na de eerste 15 jaar – de waardeontwikkeling van de gronden dubbel verdisconteerd. Dat zou in ieder geval onredelijk zijn tegenover de erfpachters.”

Wat kan een erfpachter daartegen doen? In mijn boek over Erfpachtvragen zal ik daar nader op ingaan.

 

Recht op verlenging erfpacht?

Indien geen recht op verlenging is overeengekomen dan hoeft de grondeigenaar ook niet te verlengen. Deze hoofdregel volgt uit 3:81 BW. Het recht van erfpacht gaat dan “teniet door het verloop van de tijd waarvoor het recht is gevestigd.” Dat gebeurde na afloop van de termijn van de overeengekomen periode 30 jaar met een sportvereniging in Limburg. In de uitspraak van 24 juli 2013 van de rechtbank Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2013:8746, bevestigde de rechter dat. De gemeente in kwestie had voor 30 jaar een sportterrein in erfpacht uitgegeven en wil na afloop van deze termijn de erfpacht niet verlengen. Uit de erfpachtovereenkomst en uit de notariële akte van 1983 blijkt dat het recht van erfpacht (en de overeenkomst) eindigt op 25 juli 2013. De beëindiging geschied “van rechtswege”, dat wil zeggen: automatisch. De rechter kon daar niets tegen doen.

Erfpachtadvocaat: verlenging erfpacht moet blijken uit akte of erfpachtvoorwaarden

Erfpachtadvocaat: verlenging erfpacht moet blijken uit akte of erfpachtvoorwaarden

Recht op verlenging erfpacht moet overeengekomen zijn.

De gemeente was en is naar oordeel van de rechter niet verplicht om de overeenkomst en/of in elk geval het recht van erfpacht te verlengen. Daarvoor behoefde de gemeente ook geen rechtvaardiging te geven. De vrijheid van de eigenaar om met het recht van eigendom te doen wat hij/zij wil en om al dan niet met een partij een overeenkomst te sluiten/te verlengen omtrent zijn/haar eigendom, staat voorop als belangrijk beginsel in het Burgerlijk Wetboek. Het recht op verlenging zou dus nog voor kunnen vloeien uit ander feiten en omstandigheden. Die moet de erfpachter dan aantonen. Bijvoorbeeld een toezegging namens de grondeigenaar.

Niet verlengen in strijd met redelijkheid en billijkheid of beginselen van behoorlijk bestuur? 

In de zaak van de sportvereniging was ook niet  gebleken van toezeggingen en verder is niet gebleken van anderszins door de gemeente bij de erfpachter vereniging gewekte verwachtingen dat de erfpachter de grond na afloop van het tijdvak zou mogen blijven gebruiken, stond en staat het de gemeente vrij om als eigenaar met de grond te doen wat zij wenst. De gemeente had ook niet gehandeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:248 BW en ook niet in strijd met artikel 3:13 BW en/of de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.