Erfpacht

informatie over erfpacht van advocaat in Amsterdam Mark van Weeren, auteur van het boek 50 Vragen over Erfpacht

Recht op verlenging erfpacht?

Indien geen recht op verlenging is overeengekomen dan hoeft de grondeigenaar ook niet te verlengen. Deze hoofdregel volgt uit 3:81 BW. Het recht van erfpacht gaat dan “teniet door het verloop van de tijd waarvoor het recht is gevestigd.” Dat gebeurde na afloop van de termijn van de overeengekomen periode 30 jaar met een sportvereniging in Limburg. In de uitspraak van 24 juli 2013 van de rechtbank Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2013:8746, bevestigde de rechter dat. De gemeente in kwestie had voor 30 jaar een sportterrein in erfpacht uitgegeven en wil na afloop van deze termijn de erfpacht niet verlengen. Uit de erfpachtovereenkomst en uit de notariële akte van 1983 blijkt dat het recht van erfpacht (en de overeenkomst) eindigt op 25 juli 2013. De beëindiging geschied “van rechtswege”, dat wil zeggen: automatisch. De rechter kon daar niets tegen doen.

Erfpachtadvocaat: verlenging erfpacht moet blijken uit akte of erfpachtvoorwaarden

Erfpachtadvocaat: verlenging erfpacht moet blijken uit akte of erfpachtvoorwaarden

Recht op verlenging erfpacht moet overeengekomen zijn.

De gemeente was en is naar oordeel van de rechter niet verplicht om de overeenkomst en/of in elk geval het recht van erfpacht te verlengen. Daarvoor behoefde de gemeente ook geen rechtvaardiging te geven. De vrijheid van de eigenaar om met het recht van eigendom te doen wat hij/zij wil en om al dan niet met een partij een overeenkomst te sluiten/te verlengen omtrent zijn/haar eigendom, staat voorop als belangrijk beginsel in het Burgerlijk Wetboek. Het recht op verlenging zou dus nog voor kunnen vloeien uit ander feiten en omstandigheden. Die moet de erfpachter dan aantonen. Bijvoorbeeld een toezegging namens de grondeigenaar.

Niet verlengen in strijd met redelijkheid en billijkheid of beginselen van behoorlijk bestuur? 

In de zaak van de sportvereniging was ook niet  gebleken van toezeggingen en verder is niet gebleken van anderszins door de gemeente bij de erfpachter vereniging gewekte verwachtingen dat de erfpachter de grond na afloop van het tijdvak zou mogen blijven gebruiken, stond en staat het de gemeente vrij om als eigenaar met de grond te doen wat zij wenst. De gemeente had ook niet gehandeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:248 BW en ook niet in strijd met artikel 3:13 BW en/of de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Advertenties

No comments yet»

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: