Erfpacht

informatie over erfpacht van advocaat in Amsterdam Mark van Weeren, auteur van het boek 50 Vragen over Erfpacht

Redelijkheid en billijkheid; een voorbeeld hoe de rechter r&b toepast

Deze overweging volgt de rechter als aan de redelijkheid en billijkheid getoetst wordt:
” Het Hof stelt voorop stelt voorop dat het – naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad – bij de uitleg van een bepaling in een schriftelijke overeenkomst niet alleen aankomt op de taalkundige betekenis daarvan, maar tevens op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs daaraan en aan elkaars gedragingen en verklaringen over en weer mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bovendien heeft een overeenkomst niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen maar ook die welke naar de aard van de overeenkomst uit de wet, de gewoonte of de eisen van de redelijkheid en billijkheid voortvloeien. Daarbij moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval – gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen – waaronder de aard van de overeenkomst en de wijze van totstandkoming daarvan.”

Een ander voorbeeld is te lezen in een uitspraak van het Gerechtshof van 2 augustus 2011 waar gaat het om een boetebeding van Eur 10.000 in een overeenkomst van geldlening van eveneens Eur 10.000. De werkgever heeft het geld geleend aan de werknemer. Er komt mot. De politie komt er zelfs bij. Werknemer wordt ontslagen. Werkgever vordert het geleende bedrag terug en het bedrag van Eur 10.000 boete. De rechter in hoger beroep meent dat dat niet redelijk is. De werknemer wordt in bescherming genomen. De overwegingen van de rechter:

Over matiging van een boete in het algemeen:
” Matiging van de boete is slechts mogelijk indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist (artikel 6:94 BW). Die maatstaf brengt mee dat de rechter pas als de toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt, van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken. Daarbij zal de rechter niet alleen moeten letten op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (HR 27 april 2007, LJN AZ6638, NJ 2007, 262).”

Toetsing van de overeenkomst aan de redelijkheid en billijkheid:
” Gelet op de aard van de overeenkomst en de formulering van artikel III onder 3 kan de overeengekomen boete geacht worden niet alleen bedoeld te zijn als prikkel tot nakoming van de overeenkomst, maar strekt deze er mede toe in de plaats te treden van de wettelijke schadevergoeding die verschuldigd is voor welke tekortkoming dan ook.
De schade die werkgever heeft geleden door de tekortkoming van werknemer, bestaat – naar hij stelt bij memorie van antwoord – uit de kosten die hij heeft gemaakt in verband met het voeren van een reeks gerechtelijke procedures. De kosten hiervoor worden echter geacht begrepen te zijn in de vergoeding als bedoeld in de artikelen 237-242 Rv. Deze kosten dienen dan ook ter bepaling van de omvang van de schade buiten beschouwing te blijven. Dat een veroordeling in de proceskosten niet leidt tot een volledige vergoeding van deze kosten kan daaraan niet afdoen. Werkgever heeft niet onderbouwd gesteld welke schade hij verder nog heeft geleden, zodat er in rechte van uit moet worden gegaan dat de schade nihil is. Dit maakt de verhouding tussen de werkelijk geleden schade en de boete van € 10.000, – buitenproportioneel.
Werknemer doet daarnaast een beroep op de omstandigheid dat zij niet in staat is een dergelijke boete te betalen, hetgeen werkgever (bloot) betwist. Vaststaat dat werknemer bij werkgever een salaris verdiende van € 1.100, – per maand. Zij is bovendien naar aanleiding van het gebeuren haar baan kwijtgeraakt. Dat haar financiële positie weinig florissant is, staat daarmee voldoende vast.
Daar komt bij dat als onweersproken vaststaat dat de relatie tussen partijen al enige tijd gespannen was, onder meer doordat werkgever werknemer ook privé bestookte met sms-berichten, die werknemer als beklemmend ervoer. Dit kan geacht worden mede debet te zijn geweest aan de escalatie van het conflict en het handelen van werknemer in de nacht van 2/3 juli 2009.
Voormelde omstandigheden tezamen maken naar het oordeel van het hof dat de boete naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, overeenkomstig het verzoek van werknemer te worden gematigd tot nihil.”

De boete wordt door het gerechtshof, gelet op de redelijkheid en billijkheid derhalve gematigd tot nul.
Uitspraak: LJN: BR5288, Gerechtshof ‘s-Gravenhage , 200.067.468/01

Advertenties

No comments yet»

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: